ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2422
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens geschil over samenwoning en verblijfsvergunning echtgenote
Verzoekster, samen met haar minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van verblijf bij haar Nederlandse echtgenoot D. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens vermeende schijnsamenwoning, omdat D nog met zijn ex-echtgenote op hetzelfde adres zou wonen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beslissing en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen gedurende de bezwaarprocedure. De rechtbank beoordeelde of het bezwaar een redelijke kans van slagen had, waarbij werd gekeken naar de feitelijke samenwoning en de juistheid van de verstrekte gegevens.
Hoewel verweerder stelde dat sprake was van een schijnhuwelijk en geen feitelijke samenwoning, oordeelde de rechtbank dat er voldoende aanwijzingen waren dat verzoekster en haar kinderen wel degelijk op het adres woonden en samenwoonden met D. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, uitzetting werd opgeschort en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en voorkomt uitzetting totdat op het bezwaar is beslist.