ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-verlenging voorwaardelijke vergunning tot verblijf en inmenging gezinsleven
Eiser, een Iraanse vreemdeling, had een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) die hem in staat stelde gezinsleven te voeren met zijn minderjarige dochter, die de Nederlandse nationaliteit bezit. Verweerder besloot de vvtv niet te verlengen, wat eiser aanvocht. De rechtbank oordeelt dat het besluit tot niet-verlenging feitelijk inmenging vormt in het recht op respect voor het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Rechtseenheidskamer Vreemdelingenzaken (REK) dat ook een vvtv die feitelijk gezinsleven mogelijk maakt, bescherming geniet tegen inmenging. Verweerder had moeten onderzoeken of deze inmenging gerechtvaardigd was, maar deed dat niet adequaat en baseerde het besluit slechts op de positieve verplichting tot verblijf.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de verlening van de vvtv aan eiser een ambtelijke fout was, maar dat dit geen recht gaf op verlenging. Het beleid van verweerder om geen verlenging te verlenen aan Iraanse asielzoekers wordt niet onredelijk geacht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit te nemen, waarbij de proceskosten aan eiser worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-verlenging van de vvtv wordt vernietigd.