ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Herziening
- J.S.W. Holtrop
- Rechtspraak.nl
Vordering tot DNA-onderzoek ter vaststelling biologische verwantschap met overledene
Eiser, die tot voor kort aannam de biologische zoon te zijn van zijn wettige vader, kreeg van de notaris te horen dat de overledene mogelijk zijn biologische vader is. Eiser vordert daarom dat de erfgenamen en de executeur-testamentair meewerken aan een DNA-onderzoek om deze verwantschap vast te stellen.
De erfgenamen weigeren medewerking, onder meer vanwege privacy- en integriteitsargumenten. De rechtbank acht het belang van eiser om zijn afkomst te weten voldoende spoedeisend en gerechtvaardigd. De notaris kon geen nadere informatie geven dan de mededeling dat de overledene zichzelf als biologische vader beschouwde.
De rechtbank weegt het belang van eiser zwaarder dan dat van de erfgenamen, mede omdat het gaat om verwanten in de zijlinie en de inbreuk op hun belangen gering is. De vordering tot medewerking aan het DNA-onderzoek wordt toegewezen, maar de kosten worden niet ten laste van de nalatenschap gebracht. De dwangsom wordt gematigd en gemaximeerd, en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt erfgenamen medewerking aan DNA-onderzoek en legt een gemaximeerde dwangsom op, maar wijst kostenverhaal ten laste van de nalatenschap af.