ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ondeugdelijke advisering
Eiseres, een ambtenaar, maakte bezwaar tegen de verlaging van haar bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering per 27 februari 1998, gebaseerd op het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Verweerder had het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat eiseres ten onrechte niet was gehoord.
Na een nieuw advies van een commissie van drie geneeskundigen handhaafde verweerder de verlaging van de uitkering. Eiseres stelde dat zij op 25 augustus 1997 hersteld was en haar arbeid had kunnen hervatten, maar dat verweerder dit onterecht niet had geaccepteerd. De commissie van drie geneeskundigen concludeerde dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt was op die datum, in tegenstelling tot het eerdere advies van de bedrijfsarts.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot weigering van werkhervatting was gebaseerd op het ondeugdelijke advies van de bedrijfsarts en dat verweerder het bezwaar tegen dat besluit niet correct had behandeld. Tevens werd geoordeeld dat verweerder de wettelijke termijn van 26 weken onjuist had toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de juiste advisering en wettelijke uitleg.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de uitkering wordt vernietigd.