ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2584
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holtrop
- Verkleij
- Wattel
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis: geen ongerechtvaardigd onderscheid in bedrijfskleding tussen mannelijke en vrouwelijke postbodes
ABVAKABO vordert dat PTT Post het kledingpakket van mannelijke postbodes uitbreidt met korte broeken, omdat zij stelt dat het huidige beleid ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen. PTT Post voert verweer met het argument dat kledingvoorschriften ordevoorschriften zijn en dat het bedrijfsimago bepalend is voor de kledingkeuze.
De rechtbank stelt vast dat kledingvoorschriften binnen de grenzen van de CAO eenzijdig door de werkgever kunnen worden vastgesteld en kwalificeert deze als ordevoorschriften in de zin van artikel 7:660 BW Pro. Het verschil in kledingopties tussen mannen en vrouwen wordt niet als ongerechtvaardigd onderscheid aangemerkt, mede omdat maatschappelijke opvattingen en het bedrijfsimago een rol spelen.
De rechtbank overweegt dat het begrip arbeidsvoorwaarden in artikel 7:646 BW Pro niet zo ruim moet worden uitgelegd dat het kledinginstructies omvat. Daarnaast is het ontbreken van een korte broek voor mannen niet in strijd met de gelijke behandelingswetgeving, omdat een korte broek maatschappelijk niet algemeen geaccepteerd is als representatief kledingstuk voor mannen in het werk.
ABVAKABO slaagt er niet in aannemelijk te maken dat het ontbreken van korte broeken voor mannen een belemmering vormt in de zin van gelijke behandeling. De rechtbank bekrachtigt het eerdere vonnis en veroordeelt ABVAKABO in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en ABVAKABO wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten.