ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2603
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elkerbout
- Raeijmaekers
- Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en oplegging ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel in vuurwerkzaak
In deze strafzaak heeft de rechtbank ’s-Gravenhage het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld dat veroordeelde en de medeveroordeelde vennootschappen hebben behaald door deelname aan een criminele organisatie gericht op vuurwerkdelicten en milieumisdrijven.
De officier van justitie had de vordering gewijzigd en het voordeel geschat op fl. 2.600.000, waarvan fl. 2.366.000 aan de Staat betaald moet worden, met een sanctie van 24 maanden vervangende hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank baseerde zich op rapportages van het Bureau financiële Ondersteuning van de politie Haaglanden en een aanvullend rapport van een forensisch accountant.
De rechtbank oordeelde dat de berekeningen deugdelijk waren en dat de veroordeelde en de vennootschappen nauw met elkaar verweven waren, waardoor ieder hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor het gehele bedrag. Verweer over onvoldoende draagkracht werd verworpen. De rechtbank wees erop dat ontneming niet wordt verhinderd door gebrek aan draagkracht of verbruik van het voordeel.
De rechtbank legde de betalingsverplichting op en bepaalde dat bij niet-betaling vervangende hechtenis van 24 maanden volgt. Tevens werd bepaald dat betaling door een van de veroordeelden de anderen bevrijdt. De Hoge Raad had eerder de cassatieberoepen verworpen, waardoor de veroordelingen onherroepelijk zijn.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van fl. 2.366.000 aan de Staat, bij niet-betaling gevolgd door 24 maanden vervangende hechtenis.