ECLI:NL:RBSGR:2001:AB3328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag en vergunning tot verblijf Iraakse asielzoekers met vestigingsalternatief in Noord-Irak
Eisers, Iraakse asielzoekers, vroegen toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf aan. Verweerder wees de aanvragen af en trok de voorwaardelijke vergunning tot verblijf in, mede op basis van een beleidswijziging dat Iraakse asielzoekers geen vvtv meer krijgen.
De rechtbank beoordeelde het beroep met inachtneming van de nieuwe beleidsregels en concludeerde dat eisers geen vluchtelingenstatus toekomt omdat hun relaas onvoldoende aannemelijk is en zij geen concreet risico op vervolging lopen. De rechtbank achtte het relaas van eiser niet geloofwaardig, mede door tegenstrijdigheden in documenten en verklaringen.
Wel oordeelde de rechtbank dat het verblijf van eiser in Noord-Irak bij een vriend geen familie-, gemeenschaps- of politieke banden oplevert die een vestigingsalternatief vormen. Omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de leefomstandigheden van eisers in Noord-Irak, werd het besluit tot intrekking van de vergunning tot verblijf vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard voor het vluchtelingenverzoek, maar gegrond voor het deel betreffende de vergunning tot verblijf, met vernietiging van het bestreden besluit en opdracht tot nieuw besluit.