ECLI:NL:RBSGR:2001:AD3535
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit blijvende weigering ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Eiser trad op 18 oktober 1999 in dienst en meldde zich op 18 november 1999 ziek, waarna hij ziekengeld ontving. Verweerder besloot op 25 mei 2000 het ziekengeld per 26 mei 2000 te beëindigen, omdat eiser niet langer arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en stelde nog steeds arbeidsongeschikt te zijn. Bij besluit van 29 augustus 2000 verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond en weigerde het ziekengeld blijvend geheel vanaf 18 oktober 1999 op grond van artikel 44 Ziektewet Pro, omdat eiser volgens verweerder al arbeidsongeschikt was bij aanvang van de verzekering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met artikel 7:11 Awb Pro niet op de grondslag van het bezwaar heeft heroverwogen, maar een nieuw primair besluit heeft genomen dat in deze procedure niet aan de orde kan komen. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De rechtbank beveelt dat het beroepschrift wordt doorgezonden als bezwaar tegen het primaire besluit betreffende de blijvende weigering van ziekengeld.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van ƒ 1.420,- en gelast vergoeding van griffiekosten aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot blijvende gehele weigering van ziekengeld wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.