ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing passende arbeid
Eiseres, die tot 1997 als caissière werkte en vanwege ernstige heupklachten een WAO-uitkering ontving, kreeg haar uitkering per 18 juli 1999 ingetrokken op grond van een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij geschikt zou zijn voor passende arbeid met een arbeidsongeschiktheid van 9,13%.
De rechtbank oordeelt dat de functies die aan eiseres werden voorgehouden deels voltijds zijn en niet aannemelijk is dat deze in deeltijd voorkomen, zoals vereist volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Tevens ontbreekt een deugdelijke motivering waarom deze functies passend zouden zijn gezien haar beperkingen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende kennis heeft vergaard omtrent de relevante feiten en belangen en dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Daarom wordt het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en motivering.