ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4799
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van uitkering Wet inkomensvoorziening kunstenaars wegens onvoldoende bruto-inkomen
Verzoeker, werkzaam als beeldend kunstenaar, ontving vanaf 1 juli 1999 een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik). In 2001 heeft verweerster, na advies van het Voorzieningenfonds voor Kunstenaars (Vvk), de uitkering per 1 juli 2001 beëindigd wegens onvoldoende bruto-inkomen uit kunstenaarschap in het voorgaande jaar.
Verzoeker voerde aan dat hij wel beroepsmatig kunstenaar is, maar weinig aansluiting vindt bij bestaande beroepskanalen en dat het intrekken van de uitkering onjuist is omdat het hem juist moet helpen zijn beroepspraktijk op te bouwen. Hij stelde dat hij aan de inkomenseisen had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de uitkering slechts kan worden beëindigd op grond van de in de wet genoemde criteria, waaronder het niet aantonen van het vereiste bruto-inkomen. Verzoeker had in 2000 slechts f 700,- aan inkomsten uit zijn kunstenaarschap verworven, terwijl het normbedrag f 2400,- bedroeg. Het bedrag van f 1800,- dat hij ontving was een subsidie en geen inkomen uit kunstenaarschap. De beëindiging van de uitkering was daarom terecht en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Wik-uitkering wordt afgewezen.