ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4876
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Verheij
- Veenendaal
- Valk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair ten laste gelegde feit en veroordeling voor doodslag met elf jaar gevangenisstraf
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 26 oktober 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van een ernstig geweldsdelict gepleegd op 13 februari 1998. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een gevangenisstraf van veertien jaar voor het primair ten laste gelegde feit.
Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen sprak de rechtbank verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit wegens onvoldoende bewijs. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte subsidiair het feit van doodslag heeft gepleegd door het slachtoffer door verstikking om het leven te brengen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De verdediging voerde aan dat het DNA-bewijs onrechtmatig was verkregen, mede vanwege nieuwe wetgeving omtrent DNA-onderzoek. De rechtbank oordeelde echter dat het DNA-onderzoek rechtmatig was uitgevoerd volgens het destijds geldende recht en dat de betrouwbaarheid van het bewijs niet ter discussie stond. Een verzoek tot contra-expertise werd afgewezen omdat verdachte niet redelijkerwijs in zijn belangen werd geschaad.
Verder werden enkele inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer, terwijl andere werden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, het gebrek aan respect voor het leven en de wisselende verklaringen van verdachte die de nabestaanden in onzekerheid lieten.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf voor doodslag met aftrek van voorlopige hechtenis.