ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5024
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor pleegkind zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster, een Kaapverdisch kind van een jaar, is door haar pleegmoeder in Nederland opgenomen. De aanvraag voor een verblijfsvergunning werd buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De pleegmoeder voerde een beroep op de hardheidsclausule aan, onderbouwd met uitgebreide informatie over de onhoudbare opvangsituatie in Kaapverdië.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke opvangmogelijkheden in Kaapverdië en dat het standpunt dat een andere volwassene verzoekster zou kunnen begeleiden niet aannemelijk is. Tevens moet verweerder artikel 19 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) betrekken bij de heroverweging van zijn standpunt.
Gezien deze omstandigheden heeft de rechtbank geoordeeld dat het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling een redelijke kans van slagen heeft en wijst de voorlopige voorziening toe. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.