ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5391
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse verzoekster in AC-procedure wegens onvoldoende risico op schending EVRM
Verzoekster, een Nigeriaanse vrouw, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in het kader van de AC-procedure, een versnelde 48-uursprocedure voor asielaanvragen zonder tijdrovend onderzoek. Zij stelde dat zij vanwege haar afkomst en dwangarbeid bij het OPC (Odua’s People Congress) bescherming nodig had.
De rechtbank overwoog dat de termijn van drie uur voor het reageren op het voornemen tot afwijzing voldoende is en dat deze termijn zonodig kan worden verlengd door de klok stil te zetten. Verzoeksters relaas werd getoetst, waarbij bleek dat zij slechts als 'servicegirl' voor het OPC werkte en geen andere activiteiten verrichtte. Er was geen bewijs dat zij door de Nigeriaanse autoriteiten werd gezocht of dat zij slachtoffer was van etnisch geweld.
Het beroep op artikel 3 EVRM Pro (verbod op onmenselijke behandeling) faalde omdat verzoekster een vestigingsalternatief in Nigeria had en zich nooit tot de autoriteiten had gewend. Ook het beroep op artikel 4 EVRM Pro (verbod op slavernij en dwangarbeid) werd verworpen vanwege de mate van vrijwilligheid in haar verblijf bij de OPC-voorzitter. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.