ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, met Turkse nationaliteit, werd op 19 mei 2001 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wegens vermoedelijk illegaal verblijf. Tijdens een verkeerscontrole werd hij staandegehouden omdat hij geen verblijfsrecht kon aantonen. De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontneming onrechtmatig was omdat de toezichthouder onterecht medewerking verplicht stelde, waardoor het vermoeden van illegaal verblijf niet standhield.
De vreemdeling was niet ter zitting aanwezig omdat hij op die dag zou worden uitgezet naar Turkije. De rechtbank vond dat het belang van een zo kort mogelijke vrijheidsontneming zwaarder woog dan het recht om gehoord te worden, gezien de feitelijke uitzetting op dezelfde dag. De rechtbank wees het beroep toe en kende een schadevergoeding van ƒ 1.700 toe voor tien dagen onrechtmatige bewaring.
Daarnaast werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van proceskosten van ƒ 710. Het hoger beroep staat open tegen deze uitspraak, behalve tegen het deel over de schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 31 mei 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is gegrond verklaard en er is een schadevergoeding toegekend voor onrechtmatige bewaring.