ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5444
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling en toekenning schadevergoeding aan Algerijnse vreemdeling
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat op 23 april 2001 ten onrechte een voorlopig bevel tot bewaring is afgegeven aan een Algerijnse vreemdeling, omdat het strafrechtelijke voorarrest reeds was beëindigd. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 had op die datum een definitieve inbewaringstelling moeten plaatsvinden en had de rechtbank uiterlijk 26 april 2001 geïnformeerd moeten worden over de bewaring. Deze kennisgeving vond echter pas op 1 mei 2001 plaats, waardoor de inbewaringstelling vanaf het begin onrechtmatig was.
De rechtbank stelt vast dat de schending van de wettelijke waarborgen essentieel is en dat de vreemdeling daarom recht heeft op volledige schadevergoeding. De schadevergoeding wordt berekend aan de hand van de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, waarbij 200 gulden per dag in de politiecel en 150 gulden per dag in het Huis van Bewaring wordt toegekend. Voor de periode van 23 april tot en met 3 mei 2001 wordt een bedrag van 2.050 gulden toegekend.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op 710 gulden. De uitspraak is gedaan door rechter E.H.B.M. Potters op 8 mei 2001 en er staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de inbewaringstelling onrechtmatig en kent de vreemdeling een schadevergoeding van 2.050 gulden toe.