ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. van Hoof
- C. Lely-van Goch
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens procedurele tekortkomingen
Eiseres, een Poolse nationaliteit houdende vrouw, diende een aanvraag in voor wijziging van haar verblijfsvergunning van verblijf bij partner naar voortgezet verblijf met arbeid in loondienst. Verweerder trok haar vergunning in omdat de relatie met haar partner was verbroken binnen drie jaar, waardoor zij niet meer voldeed aan de oorspronkelijke verblijfsbeperking.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte de beoordeling van de aanvraag van 29 januari 1998 had gesplitst van de beoordeling van het bezwaar tegen de intrekking. Hierdoor werd niet op alle bezwaargronden ingegaan en ontbrak een volledige heroverweging, wat in strijd is met de zorgvuldigheid en de artikelen 3:2, 6:18 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast was het niet toegestaan dat verweerder ambtshalve een beoordeling deed op basis van het Pools Associatieverdrag zonder daartoe een aanvraag te hebben ontvangen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Hoewel de inhoudelijke afwijzing van de aanvraag op zich terecht was, kon de rechtsgevolgen niet worden gehandhaafd vanwege de procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.