ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onverantwoord reisrisico door medische omstandigheden
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring. De vreemdeling verbleef reeds vier weken in een penitentiair ziekenhuis, wat volgens de Vreemdelingencirculaire een indicatie is dat reizen onverantwoord is. Namens de vreemdeling is niet gesteld dat reizen verantwoord zou zijn.
Op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wordt uitzetting achterwege gelaten wanneer het vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is te reizen. De rechtbank concludeerde dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder j, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring was gebaseerd op de onrechtmatigheid van het verblijf onder de oude Vreemdelingenwet, maar dat artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen grondslag biedt om een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in bewaring te stellen. Daarom is de bewaring onrechtmatig geworden en moet deze worden opgeheven.
De rechtbank bepaalde dat de bewaring moet worden opgeheven zodra de vreemdeling kan worden opgenomen in een regulier ziekenhuis of eerder indien de gezondheidstoestand ontslag uit het penitentiair ziekenhuis toelaat. Er is geen aanleiding tot schadevergoeding omdat de vreemdeling dit niet heeft verzocht.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven vanwege onverantwoord reisrisico door medische omstandigheden.