ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5476
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toelating vluchteling wegens procedurele tekortkomingen
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling en verblijf op humanitaire gronden. Het bestreden besluit van de Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af. De rechtbank stelde vast dat verweerder pas na het instellen van beroep inzage kreeg in de onderliggende stukken van het individuele ambtsbericht, hetgeen een procedurele tekortkoming vormt die leidt tot vernietiging van het besluit.
Ondanks de vernietiging oordeelde de rechtbank dat een nieuwe beoordeling niet hoeft te leiden tot toelating op asielgronden. Het individuele ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken concludeerde dat de door eiser overgelegde dagvaardingen niet authentiek waren. De rechtbank vond het onderzoek ter plaatse zorgvuldig en zag geen reden om de uitkomst te betwijfelen.
De inhoudelijke inconsistenties in de documenten en het getrapte onderzoek door een vertrouwenspersoon werden door de rechtbank als voldoende gemotiveerd beoordeeld. De rechtbank achtte het relaas van eiser onvoldoende aannemelijk om vluchtelingenstatus toe te kennen. Ook werd geen strijd met artikel 3 EVRM Pro vastgesteld bij gedwongen terugkeer.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat de Staat der Nederlanden het griffierecht aan eiser vergoedt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar toelating als vluchteling wordt afgewezen.