ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens niet tijdige verschijning vreemdelinge
De Chinese vreemdelinge is op 15 mei 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank ontving op 17 mei 2001 de kennisgeving van deze maatregel en stelde het beroep van de vreemdelinge in behandeling. De zitting op 28 mei 2001 werd geschorst omdat de vreemdelinge niet was aangevoerd, ondanks dat op 23 mei een transportorder was gegeven.
Op 31 mei 2001 verscheen de vreemdelinge alsnog, bijgestaan door haar gemachtigde en met een Chinese tolk aanwezig. De rechtbank overwoog dat het niet vervoeren van de vreemdelinge naar de zitting niet voor haar risico mocht komen en dat zij daardoor niet binnen de wettelijke termijn van zeven dagen kon worden gehoord zoals vereist in artikel 94, tweede lid, tweede volzin, Vw2000.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring daarom in strijd was met de wet en heeft de maatregel opgeheven. Tevens veroordeelde de rechtbank de Staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelinge, die op grond van rechtsbijstand aan de griffier dienen te worden betaald.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdelinge wordt opgeheven wegens niet tijdige verschijning en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.