ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens ontbreken redelijk vermoeden van schuld
De vreemdeling, met de Algerijnse nationaliteit, werd op 15 mei 2001 aangehouden in een Texaco-benzinestation te Amsterdam op verdenking van overtreding van de Opiumwet. Hij werd vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling stelde dat de aanhouding en bewaring onrechtmatig waren omdat er geen redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestond.
Tijdens de openbare behandeling op 28 mei 2001 werd vastgesteld dat de politie geen concrete aanwijzingen had dat de vreemdeling zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten. Verweerder erkende dat de vreemdeling zich niet schuldig had gemaakt aan verdachte gedragingen en dat hij slechts op de verkeerde plaats en tijd was.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding onrechtmatig was en dat de daarop volgende vrijheidsontnemende maatregel eveneens onrechtmatig was. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring werd opgeheven met ingang van 29 mei 2001 en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding van f 1.950,-- toegekend voor 13 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan de vreemdeling.