ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5509
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen bewaring vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus
De vreemdeling, van Oekraïense nationaliteit, werd op 19 mei 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, het niet beschikken over een geldig identiteitsbewijs, het onttrekken aan vreemdelingentoezicht en het vermoeden van het plegen van een strafbaar feit.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding en ophouding voor verhoor rechtmatig waren, gebaseerd op een redelijk vermoeden van strafbaar gedrag en illegaal verblijf. Tevens werd vastgesteld dat de uitzetting binnen een redelijke termijn kon plaatsvinden en dat het openbaar ministerie geen bezwaar had tegen de uitzetting.
De rechtbank sloot zich aan bij een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd geoordeeld dat een inbewaringstelling onder de Vreemdelingenwet 2000 niet afhankelijk is van een besluit tot uitzetting.
De bewaring werd na het indienen van het beroepschrift opgeheven en de vreemdeling is op 28 mei 2001 uitgezet naar Kiev. De rechtbank vond geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.