ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5513
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bewaring vreemdeling wegens openbare orde en uitzetting
De vreemdeling, met de Sierraleoonse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsstatus en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring behandeld. De procedure is als rechtmatig beoordeeld, ondanks dat de zitting niet binnen de termijn van artikel 94, tweede lid, Vw2000 plaatsvond, omdat de termijn door een erkende feestdag werd verlengd. De rechtbank oordeelde dat de bewaring gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en het strafrechtelijk voortraject.
De gemachtigde van de vreemdeling stelde dat stukken te laat waren ingediend, maar de rechtbank vond dat dit niet in strijd was met een goede procesorde en dat de wederpartij voldoende gelegenheid had om te reageren. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de vreemdeling hierdoor niet waren geschaad.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen gronden voor toekenning waren vastgesteld. De rechtbank zag geen reden de bewaring op te heffen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.