ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5531
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning op grond van TBV 1999/22 wegens niet-authentieke documenten
Een Iraanse vreemdeling verzocht om een voorlopige voorziening tegen de weigering van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van TBV 1999/22. Verzoeker betoogde dat de contra-indicatie vanwege het overleggen van onjuiste documenten ten onrechte werd toegepast, aangezien er een bestendige praktijk zou zijn waarbij ondanks dergelijke contra-indicaties toch vergunningen werden verleend.
De rechtbank stelde vast dat in meerdere zaken vergunningen waren verleend ondanks contra-indicaties, en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze afwijkende gedragslijn niet op verzoeker zou worden toegepast. Verzoeker verbleef op de peildatum in Nederland en had een asielaanvraag ingediend, maar overlegd had hij een niet-authentiek document volgens een individueel ambtsbericht.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van verzoeker tegen de weigering een redelijke kans van slagen heeft en dat de voorlopige voorziening daarom moest worden toegewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht.