ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5748
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eisers, van Kaapverdische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van gezinshereniging met hun moeder (referente) die in Nederland verblijft. De kernvraag was of de feitelijke gezinsband met referente verbroken is door duurzame opname van eisers in een ander gezin en het ontbreken van verzorging en gezag door referente.
De rechtbank stelde vast dat eisers sinds het vertrek van hun moeder in verschillende andere gezinnen in hun land van herkomst verbleven, wat als duurzame opname in een ander gezin werd aangemerkt. Referente had na verkrijging van een verblijfsvergunning in Nederland onvoldoende objectieve intentie getoond om de kinderen spoedig naar Nederland te laten overkomen. Ook was onvoldoende aangetoond dat zij onafgebroken in de kosten van verzorging en opvoeding had voorzien of het gezag had behouden.
De rechtbank vond het beleid van verweerder inzake het objectiveren van de intentie en de voorwaarden voor het verbreken van de gezinsband niet onredelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband als verbroken werd beschouwd en er geen positieve verplichting was tot verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf af wegens verbroken feitelijke gezinsband.