ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken voortgangsrapportage en schending belangen vreemdeling
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, werd op 13 april 2001 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel. Zij diende een aanvraag voor een verblijfsvergunning in, die werd afgewezen. Na een eerste ongegrond verklaard beroep, werd een tweede beroep behandeld op 7 juni 2001. De rechtbank constateerde dat dossierstukken en voortgangsrapportages na 17 april 2001 ontbraken, waardoor eiseres haar verdediging niet adequaat kon voorbereiden.
De rechtbank overwoog dat hoewel er een overgangsperiode gold voor de toepassing van de richtlijnen van de Vreemdelingenkamer, in dit geval de belangen van eiseres in ernstige mate waren geschaad. Nieuwe feiten die van belang waren voor de zaak waren niet tijdig aan eiseres en haar gemachtigde verstrekt. Verweerder gaf aan dat uitzettingspogingen waren mislukt door hevig verzet van eiseres en dat er een klacht tegen de Koninklijke Marechaussee was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de voortgezette vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was en beveelde de opheffing ervan per 7 juni 2001. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot een schadevergoeding van 100 gulden en tot betaling van proceskosten van 710 gulden aan eiseres. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt per 7 juni 2001 opgeheven.