ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5871
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel in artikel 1F Vreemdelingenwet zaak
Eiser, een Turkse vreemdeling, is sinds 8 april 2001 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na het eerste beroep tegen deze maatregel, dat ongegrond werd verklaard, is de voortzetting van de maatregel aan de orde. Eiser betoogt dat de duur van de maatregel onrechtmatig is omdat er geen termijnen zijn gesteld voor de besluitvorming in zaken die artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag betreffen en dat een belangenafweging analoog aan artikel 59, vierde lid, Vw 2000 dient plaats te vinden.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zes weken zijn verstreken sinds de aanvraag, maar oordeelt dat het beleid van verweerder om geen termijnen te stellen in artikel 1F-zaken binnen redelijke beleidsgrenzen blijft. De complexiteit van de zaak, de vertragingen buiten de schuld van verweerder en de mededeling dat een beslissing spoedig volgt, rechtvaardigen de duur van de maatregel. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de wet en redelijk is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 106 Vw Pro 2000 of artikel 8:75 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.