ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5878
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.J.B. Corbey
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd na zijn strafrechtelijke detentie aangehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij betoogde dat de vrijheidsbeneming tussen het einde van zijn strafrechtelijke hechtenis en de vreemdelingenbewaring onrechtmatig was en dat de zitting niet tijdig was bepaald.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever niet heeft beoogd dat een vreemdeling direct na strafrechtelijke detentie vreemdelingrechtelijk moet worden aangehouden. De periode tussen 15:31 en 19:40 uur was noodzakelijk voor de voorbereiding van de bewaring, waaronder melding aan de advocaat en transport.
Verder oordeelde de rechtbank dat de administratieve verwerkingstijd voor het bepalen van het zittingstijdstip geoorloofd is en dat de zitting binnen de wettelijke termijn heeft plaatsgevonden. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt gehandhaafd.