ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.J.B. Corbey
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige bewaring en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 9 april 2001 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank werd hiervan op 11 april 2001 geïnformeerd, waarna een zitting werd gepland op 18 april 2001. De toenmalige gemachtigde van eiser trok het beroep op 18 april in, uitgaande van de veronderstelling dat de bewaring was opgeheven.
De geplande uitzettingen op 17 en 23 april 2001 vonden echter geen doorgang vanwege het agressieve verzet van eiser. Op 7 mei 2001 stelde eiser opnieuw beroep in tegen de voortzetting van de bewaring. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het beroep onterecht was, omdat de bewaring op 18 april nog steeds voortduurde en eiser daarom uiterlijk op die datum had moeten worden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring vanaf 18 april 2001 onrechtmatig was en beveelde de opheffing ervan per 15 mei 2001. Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van ƒ 2025,-- voor 27 dagen onrechtmatige bewaring, waarbij rekening werd gehouden met het illegale verblijf van eiser en zijn agressieve gedrag dat de uitzetting frustreren. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.