ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5899
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige prostituee
Verzoekster, een Bulgaarse onderdaan, diende een aanvraag in voor een vergunning tot verblijf om als zelfstandige prostituee te werken. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoekster niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De rechtbank onderzocht of de Europa-Overeenkomst tussen de EG en Bulgarije het eisen van een mvv uitsloot. Op grond van artikel 59 en Pro de bijbehorende gemeenschappelijke verklaring oordeelde de president voorlopig dat het aanvragen van een visum en mvv niet door deze overeenkomst wordt uitgesloten. De stelling van verzoekster dat het eisen van een mvv de voordelen van de overeenkomst zou beperken, werd verworpen.
De rechtbank overwoog dat de Vreemdelingenwet 2000 in werking was getreden en dat het ontbreken van een mvv een afwijzingsgrond vormt. Verzoekster viel niet onder uitzonderingen en er waren geen humanitaire redenen die een vergunning rechtvaardigden. De rechtbank zag geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen, mede gelet op lopende prejudiciële vragen bij het Europese Hof van Justitie.
Het verzoek om niet-uitzetting gedurende de bezwaarprocedure werd afgewezen omdat verzoekster niet in Nederland mocht blijven wachten op de beslissing. De rechtbank wees het verzoek definitief af en bepaalde dat er geen aanleiding was voor vergoeding van kosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling wegens ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.