ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5902
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet-tijdige vervolgkennisgeving en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 28 november 2000 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De wet vereist dat de Staatssecretaris binnen vier weken na uitspraak aan de rechtbank meldt of de bewaring voortduurt. Omdat de laatste uitspraak plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000, gold overgangsrecht dat de kennisgeving uiterlijk 28 april 2001 moest worden gedaan.
Verweerder heeft deze kennisgeving niet tijdig gedaan, waardoor de bewaring vanaf 29 april 2001 onrechtmatig is. De rechtbank verwierp het verweer dat de bewaring na de vierwekentermijn nog rechtmatig zou zijn gedurende de periode van zitting en de daaropvolgende beraadtermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende eiser een schadevergoeding van ƒ 4.350,-- toe, met ingang van 29 april 2001. Tevens werden de proceskosten aan de Staat der Nederlanden opgelegd. De bewaring werd inmiddels op 29 mei 2001 opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring vanaf 29 april 2001.