ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- A. Smedes
- W.P.M. Elderman
- Rechtspraak.nl
Weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens beleidswijziging derdelandenexceptie niet deugdelijk gemotiveerd
Eiser, een Afghaanse staatsburger behorend tot de Hazara-bevolkingsgroep, verzocht om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland vanwege vrees voor vervolging door de Taliban. Verweerder wees dit verzoek af op basis van het beleid neergelegd in TBV 2000/16, dat de derdelandenexceptie toepast wanneer een vreemdeling zonder problemen in een derde land heeft verbleven.
De rechtbank toetste het beleid en oordeelde dat TBV 2000/16 een beleidswijziging betreft die niet kan worden toegepast op aanvragen die vóór de inwerkingtreding van dit beleid zijn ingediend, zoals in het geval van eiser. De rechtbank stelde vast dat verweerder geen deugdelijke motivering heeft gegeven voor de weigering van de vvtv aan eiser.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser onvoldoende persoonlijke feiten en omstandigheden had aangevoerd die een gegronde vrees voor vervolging rechtvaardigen, en dat de korte verblijfsduur in Pakistan als derde land niet onredelijk tegen hem mocht worden gebruikt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de weigering van de vvtv betreft, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf aan eiser wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.