ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5910
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Uchelen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Somalische Midgan-vreemdeling
Verzoeker, een Somalische minderjarige behorend tot de Midgan-bevolkingsgroep, verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning is beslist.
De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat niet was aangetoond dat verzoeker vanwege zijn etnische afkomst zodanige discriminatie ondervond dat zijn leven onhoudbaar was geworden. Tevens werd gesteld dat er adequate opvang in Somalië was, met name in Noord-Somalië, en dat alleen leden van de Midgan uit bepaalde regio's (Mogadishu, Bay en Bakool) een pas op de plaats kregen.
De president van de rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen Midgan uit genoemde regio's en andere regio's onvoldoende is gemotiveerd en dat het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken onvoldoende onderbouwing biedt voor deze differentiatie. Ook is twijfelachtig of opvang in het conflictgebied in Zuid-Somalië, waar verzoeker vandaan komt, adequaat en bereikbaar is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, de uitzetting verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar, en de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker tot vier weken na beslissing op bezwaar wegens onvoldoende onderbouwing van het onderscheid in beleid.