ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5928
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging overgangstermijn registratie homeopathische geneesmiddelen
De Bond van Farmabedrijven Nederland (BFN) vorderde in kort geding dat de Staat der Nederlanden zou worden verboden om de inwerkingtreding en naleving van het Besluit homeopathische farmaceutische produkten te bevorderen. BFN stelde dat vanwege overmacht en onduidelijkheden in de harmonisatie met andere EU-lidstaten en het registratiesysteem, verlenging van de overgangstermijn noodzakelijk was om handelsbeperkingen te voorkomen.
De rechtbank constateerde dat de Europese Richtlijn 92/73/EEG lidstaten verplicht om uiterlijk 31 december 1993 te voldoen aan registratie-eisen voor homeopathische geneesmiddelen. Nederland implementeerde dit pas in 1995 met overgangstermijnen die uiteindelijk tot 1 januari 2002 liepen. De rechtbank oordeelde dat BFN onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig complete registratiedossiers had kunnen indienen en dat de buitenlandse producenten niet hadden meegewerkt.
Verder werd overwogen dat het belang van volksgezondheid en de verplichtingen uit het gemeenschapsrecht een verdere uitstel van de overgangstermijn niet toestaan. De keuze van de Staat voor registratie van alle homeopathische producten was na overleg met het veld genomen en niet onrechtmatig. De vordering werd afgewezen en BFN werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verlenging van de overgangstermijn voor registratie van homeopathische geneesmiddelen af.