ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5931
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vrijstelling mvv-vereiste bij aanvraag verblijfsvergunning na uitgeprocedeerde asielaanvraag
Eiser, van Sri Lankaanse nationaliteit, diende in 1995 een asielaanvraag in. Na een uitspraak in 1999 waarbij zijn beroep werd gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen in stand bleven, vroeg hij op 1 november 1999 een verblijfsvergunning aan op grond van het driejarenbeleid. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat hij niet beschikte over een geldige mvv.
Eiser voerde aan dat hij vrijgesteld moest worden van het mvv-vereiste op grond van TBV 2000/14, waarin onder meer vreemdelingen die drie jaar of langer in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag worden vrijgesteld. De rechtbank oordeelde dat deze vrijstelling alleen geldt tijdens de beroepsfase van de eerdere aanvraag en niet na een onherroepelijk negatief oordeel. Omdat de asielprocedure van eiser was afgerond, kon verweerder het mvv-vereiste terecht tegenwerpen.
Eiser stelde ook dat zijn hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank vond dat verweerder op grond van artikel 32, tweede lid, Vw (oud) niet verplicht was hem te horen. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond was en wees ook het verzoek om voorlopige voorziening af. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid noopten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.