ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5934
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling na afronding aanmeldcentrumprocedure
De Turkse vreemdeling werd op 24 mei 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, na een afwijzende beschikking in het Aanmeldcentrum Zevenaar. De vreemdeling stelde dat hij onrechtmatig in vrijheid was beperkt, omdat de AC-procedure om 13:14 uur was beëindigd, terwijl het verhoor voor de inbewaringstelling pas om 14:15 uur plaatsvond.
De rechtbank stelde vast dat er geen feitelijke vrijheidsbeneming was tussen het einde van de AC-procedure en de inbewaringstelling. De wachtkamers waren niet afgesloten en de vreemdeling had de gelegenheid met zijn advocaat te spreken. Ook was geen poging gedaan om het centrum te verlaten. Verder ontbraken sinds 1 april 2001 specifieke beleidsregels over bewaring na de land-AC-procedure, maar het oude Beleidsplan Aanmeldcentra 1994 blijft bij gebrek aan nieuw beleid van betekenis en vereist een nadere motivering bij inbewaringstelling.
De vreemdeling had geen tijdig verzoek tot voorlopige voorziening ingediend binnen het zogenaamde vovo-uurtje, waardoor de vaste gedragslijn van de overheid om dan geen bewaring toe te passen niet van toepassing was. De belangenafweging van de overheid, mede gebaseerd op het ontbreken van geld, paspoort, verblijfplaats en eerdere Duitse detentie, werd door de rechtbank als redelijk beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de bewaring niet onrechtmatig was. Tegen de beslissing over schadevergoeding is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.