ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verlenging vergunning verblijf wegens onvoldoende motivering medische behandeling minderjarig kind
Eisers, ouders van een minderjarig kind met psychische en lichamelijke aandoeningen, vroegen om verlenging van hun vergunning tot verblijf in Nederland voor begeleiding van hun dochter tijdens haar medische behandeling. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van het standpunt dat de dochter niet langer medisch werd behandeld en dat er geen acute medische noodsituatie bestond.
De rechtbank stelde vast dat dit standpunt niet strookte met de medische rapporten van het Bureau Medische Advisering, waaruit bleek dat de dochter nog steeds behandeling en begeleiding nodig had vanwege haar complexe aandoeningen. De rechtbank oordeelde dat het begrip acute medische noodsituatie te beperkt was geïnterpreteerd en dat de belangen van het kwetsbare kind onvoldoende waren meegewogen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de weigering tot verlenging van de vergunning een gewijzigde beleidsopvatting inhield zonder nadere motivering, wat niet toelaatbaar is. De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en gaf verweerder de opdracht om binnen zes weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers en wees de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verlenging van de vergunning tot verblijf en draagt verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen.