ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5955
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. Lely - van Goch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens bloedwraak uit Irak
Verzoeker, afkomstig uit Noord-Irak, vluchtte naar Nederland uit vrees voor bloedwraak na de moord op zijn vriendin door haar familie. Hij vroeg asiel en een verblijfsvergunning op grond van vreemdelingenrechtelijke bepalingen. Verweerder wees de aanvraag af omdat geen gegronde reden voor vervolging door de autoriteiten was vastgesteld en bloedwraak niet gelijkgesteld wordt met vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tijdens de bezwaarprocedure. De president van de rechtbank toetste of er redelijke twijfel bestaat over het ontbreken van aanspraak op een verblijfsvergunning of dat bijzondere belangen een voorziening rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Koerdische Democratische Partij (KDP) hem niet kan beschermen tegen de dreiging van bloedwraak. Tevens is er een binnenlands vestigingsalternatief in Noord-Irak. Er is geen schending van artikel 3 EVRM Pro en geen klemmende humanitaire redenen voor verblijf. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging en onvoldoende bijzondere belangen.