ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning aan lid Reer Hamar wegens etnische vervolging
Eiser, een lid van de Reer Hamar bevolkingsgroep uit Somalië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de problemen van eiser het gevolg waren van de algemene situatie in Somalië en dat geen sprake was van etnische discriminatie die een verblijfsvergunning rechtvaardigde.
Eiser voerde aan dat hij sinds 1997 regelmatig werd mishandeld vanwege zijn etnische afkomst en verwees naar jurisprudentie van de Rechtseenheidskamer die stelt dat leden van de Reer Hamar bevolkingsgroep als vluchteling moeten worden aangemerkt bij zelfs geringe aanwijzingen van vervolging op grond van afkomst. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen rekening had gehouden met deze jurisprudentie en dat de problemen van eiser wel degelijk een etnische achtergrond hadden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten aan eiser. De rechtbank benadrukte dat de aanvraag niet geschikt was voor afdoening in de versnelde procedure en dat verweerder bij de nieuwe beslissing ook de psychische toestand van eiser moet betrekken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de IND wordt vernietigd met de opdracht tot hernieuwde beoordeling.