ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5975
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens te late melding bij Bureau Selectiefunctionarissen
De vreemdeling, een Venezolaan, werd op 28 juni 2001 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wegens verdenking van mishandeling. De melding bij het Bureau Selectiefunctionarissen (BSF) vond echter pas op de derde werkdag na de inbewaringstelling plaats, terwijl de jurisprudentie vereist dat deze melding uiterlijk op de tweede werkdag moet geschieden. De rechtbank stelt vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de te late melding rechtvaardigen.
De verdediging voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat de vreemdeling rechtmatig in Nederland verbleef, beschikte over een paspoort en een ticket had om te vertrekken, en dat de melding bij het BSF te laat was. Verweerder stelde dat de bewaring in het belang van de openbare orde was en dat een belangenafweging moest plaatsvinden, maar kon geen zwaarwegend belang aantonen.
De rechtbank concludeert dat de bewaring onrechtmatig is en beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 5 juli 2001. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van 150 gulden aan de vreemdeling en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens te late melding bij het Bureau Selectiefunctionarissen met toekenning van een schadevergoeding.