ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De vreemdeling, van Spaanse nationaliteit, werd op 29 oktober 2001 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldige verblijfsrechtelijke titel. Hij voerde aan dat hij als gemeenschapsonderdaan rechtmatig in Nederland verbleef en dat de bewaring onrechtmatig was. De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling ten tijde van de inbewaringstelling geen geldig identiteitsbewijs of grensoverschrijdingsdocument had overgelegd, waardoor verweerder mocht aannemen dat hij niet rechtmatig verbleef.
Hoewel de vreemdeling later alsnog zijn identiteit kon aantonen en uitgezet werd naar Spanje, deed dit niet af aan de rechtmatigheid van de bewaring. De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd in het belang van de openbare orde en met het oog op uitzetting. Er was voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank 's-Gravenhage op 13 november 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.