ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6065
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen opzettelijke handel in XTC en amfetamine
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 23 november 2001 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere feiten van opzettelijke handel in XTC-pillen en amfetamine. Het onderzoek vond plaats op 8 en 9 november 2001, waarbij verdachte werd bijgestaan door raadsman mr M.G. Cantarella.
De verdediging voerde diverse procesrechtelijke bezwaren aan, waaronder schending van beginselen van behoorlijke procesorde, onrechtmatige inzet van infiltranten, schending van artikel 8 EVRM Pro door langdurige observatie en afluistering, en het verbod op doorlaten van verdovende middelen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het opsporingsonderzoek dringend vorderde, en dat de inzet van infiltranten en andere opsporingsmiddelen proportioneel en subsidiar was.
Het bewijs toonde aan dat verdachte gedurende een lange periode op meerdere locaties betrokken was bij de handel in grote hoeveelheden XTC-pillen en amfetamine, waaronder productie en distributie. Verdachte had eerder al een gevangenisstraf uitgezeten voor een soortgelijk feit, maar zette vrijwel direct na vrijlating zijn criminele activiteiten voort. De rechtbank achtte verdachte strafbaar en passend was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaar.
Daarnaast verklaarde de rechtbank diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd en onttrokken aan het verkeer, omdat deze waren gebruikt bij of bestemd waren voor de gepleegde misdrijven. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van opzettelijke handel in XTC en amfetamine.