ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning
Verzoeker, een Egyptische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een vergunning tot verblijf bij zijn Nederlandse partner. Deze aanvraag werd door verweerder buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De president van de rechtbank oordeelt dat de aanvraag moet worden aangemerkt als een aanvraag om voortgezette toelating conform TBV 2000/14, waardoor verzoeker vrijgesteld is van het mvv-vereiste. De aanvraag was binnen de termijn van zes maanden na het einde van de geldigheidsduur van de eerdere vergunning ingediend, en het moment van verbreken van de relatie kan niet als startpunt van deze termijn gelden.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning wordt toegewezen en de Staat wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.