ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel en termijn tweede asielaanvraag
De vreemdeling, van Sri Lankaanse nationaliteit, verbleef in bewaring sinds november 2000 en diende op 26 maart 2001 een asielaanvraag in die op 28 maart werd afgewezen. Op 17 mei 2001 werd een tweede asielverzoek aangekondigd. De vreemdeling betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend was en dat hij in het Aanmeldcentrum Schiphol binnen 48 uur op zijn tweede aanvraag had moeten worden beslist, waardoor de bewaring opgeheven zou moeten worden.
De rechtbank stelde vast dat noch de wet, noch het beleid een specifieke termijn voorschrijft voor de behandeling van een tweede asielaanvraag naast de algemene termijn van artikel 25 Vreemdelingenwet Pro 2000. De Vreemdelingencirculaire geeft aan dat tweede aanvragen doorgaans in het Aanmeldcentrum Schiphol worden afgedaan, maar dat de termijnen en procedures voor eerste aanvragen niet gelden voor tweede aanvragen. De rechtbank verwierp het standpunt dat de vreemdeling binnen 48 uur in het Aanmeldcentrum moest worden geplaatst.
De rechtbank overwoog dat de wetgever een termijn van zes weken aanvaardbaar acht voor de beoordeling van een asielaanvraag tijdens bewaring, en dat deze termijn ook voor tweede aanvragen geldt. Ondanks dat de vreemdeling meer dan zes maanden in bewaring verbleef, was voortduring gerechtvaardigd omdat de vreemdeling medewerking aan identiteitsonderzoek weigerde en er een grensbewakingsbelang speelde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel en de termijn voor beslissing op de tweede asielaanvraag is ongegrond verklaard.