ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige tweede inbewaringstelling van asielzoeker zonder toestemming IND
Eiser, een Ethiopische asielzoeker, werd op 4 juli 2001 in bewaring gesteld vanwege illegaal verblijf en mogelijke uitzetting. Op 5 juli 2001 diende hij een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waarna hij opnieuw in bewaring werd gesteld. Eiser stelde dat deze tweede inbewaringstelling niet voldeed aan het beleidsvoorschrift A5/5.3.3.5 Vc 2000, dat vereist dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vooraf toestemming geeft voor inbewaringstelling van asielzoekers zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat uit de stukken en tijdens de zitting niet bleek dat deze vereiste toestemming was verkregen of vastgelegd in de vreemdelingenadministratie. Er waren ook geen omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Daarom oordeelde de rechtbank dat de tweede inbewaringstelling onrechtmatig was. De eerste inbewaringstelling werd wel als rechtmatig beoordeeld, gezien het redelijk vermoeden van illegaal verblijf en het risico op ontduiking van uitzetting.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de tweede inbewaringstelling per 13 juli 2001 en wees het verzoek om schadevergoeding toe maar mat deze toe op nihil. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de tweede inbewaringstelling wegens ontbreken van vereiste IND-toestemming.