ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6113
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling wegens redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiseres, van Bulgaarse nationaliteit, werd op 21 juni 2001 aangetroffen tijdens een controle op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) naar aanleiding van een anonieme tip over illegale arbeid in het betrokken pand. Hoewel zij niet werkend werd aangetroffen en de politie haar niet op grond van de Wav naar identiteit mocht vragen, werd zij staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000), omdat er meerdere personen zonder geldige verblijfstitel aanwezig waren, wat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverde.
De maatregel van bewaring werd opgelegd op 21 juni 2001 met het oog op uitzetting en de openbare orde. De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig en gerechtvaardigd was. Eiseres had zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland gemeld, wat de vrees voor ontduiking van uitzetting versterkte. Hoewel verweerder niet onmiddellijk had gehandeld, was er een geboekte vliegreis naar Bulgarije op 9 juli 2001, wat voldoende zicht bood op uitzetting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de bewaring in overeenstemming was met de wet en redelijk was gelet op de omstandigheden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.