ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6113

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
4 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 01/27278
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50, eerste lid, Vw2000Art. 59, eerste lid en onder a, Vw2000Art. 85, eerste lid, Vw2000Art. 94, eerste lid, Vw2000Art. 95, eerste lid, Vw2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewaring vreemdeling wegens redelijk vermoeden illegaal verblijf

Eiseres, van Bulgaarse nationaliteit, werd op 21 juni 2001 aangetroffen tijdens een controle op naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) naar aanleiding van een anonieme tip over illegale arbeid in het betrokken pand. Hoewel zij niet werkend werd aangetroffen en de politie haar niet op grond van de Wav naar identiteit mocht vragen, werd zij staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000), omdat er meerdere personen zonder geldige verblijfstitel aanwezig waren, wat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverde.

De maatregel van bewaring werd opgelegd op 21 juni 2001 met het oog op uitzetting en de openbare orde. De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig en gerechtvaardigd was. Eiseres had zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland gemeld, wat de vrees voor ontduiking van uitzetting versterkte. Hoewel verweerder niet onmiddellijk had gehandeld, was er een geboekte vliegreis naar Bulgarije op 9 juli 2001, wat voldoende zicht bood op uitzetting.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de bewaring in overeenstemming was met de wet en redelijk was gelet op de omstandigheden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

UITSPRAAK
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Groningen
Vreemdelingenkamer
registratienummer: Awb 01/27278 VRONTO
UITSPRAAK
op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, toegepast ten aanzien van de vreemdelinge genaamd, althans zich noemende:
A,
geboren op [...] 1977,
van Bulgaarse nationaliteit,
gemachtigde: mr. L.G. Mellens, advocaat te Stadskanaal.
1. Ontstaan en loop van het geschil
1.1 Verweerder heeft op 21 juni 2001 aan eiseres, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, met het oog op de uitzetting de maatregel van bewaring opgelegd nu de openbare orde zulks vordert (artikel 59, eerste lid en onder a, Vw2000).
1.2 Verweerder heeft op 25 juni 2001 de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, Vw2000 in kennis gesteld van het opleggen van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep.
1.3 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiseres doorgestuurd en haar in de gelegenheid gesteld nadere gegevens te verstrekken.
1.4 Het beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 2 juli 2001. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar raadsvrouwe. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen drs. M.C. Gels.
2. Rechtsoverwegingen
2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de toepassing en tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in overeenstemming is met de wet en of deze in redelijkheid bij afweging van alle daarbij betrokken belangen gerechtvaardigd is.
2.2 Eiseres heeft de rechtbank verzocht de opheffing van de maatregel te bevelen en schadevergoeding toe te kennen.
2.3 Verweerder heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep en tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
2.4 De rechtbank overweegt als volgt.
Op 21 juni 2001 vond in het pand waarin eiseres op dat moment verbleef een controle plaats op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De aanleiding voor de controle was een anonieme tip van 4 april 2001 die inhield dat in het betrokken bedrijf werkzaamheden werden verricht door illegaal in Nederland verblijvende personen. De rechtbank merkt dit aan als voldoende grond voor een controle op de naleving van de Wav. Van willekeur of détournement de pouvoir is niet gebleken.
De politie-beambten die bij de de actie betrokken waren, waren evenwel niet op grond van de Wav bevoegd eiseres naar haar identiteit te vragen omdat zij niet, zoals het betreffende proces-verbaal vermeldt, werkend werd aangetroffen.
2.5 Eiseres is echter wel staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, Vw2000. Naar het oordeel van de rechtbank is dit bevoegd geschied gezien het resultaat van de Wav-controle. Bij deze controle zijn immers verscheidene personen aangetroffen die zonder geldige verblijfstitel in Nederland verbleven. Hierdoor was sprake van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden opleverden dat ook eiseres illegaal in Nederland verbleef.
2.6 De procedure leidend tot en de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring zijn in
overeenstemming met de wettelijke vereisten. De bewaring is derhalve niet op die
grond onrechtmatig.
2.7 De vrees is gerechtvaardigd dat eiseres zich aan uitzetting zal onttrekken. De rechtbank laat daarbij wegen dat eiseres zich niet overeenkomstig artikel 4.48, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000 binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland bij de autoriteiten heeft gemeld. Naar eiseres zelf heeft verklaard is zij op 29 mei 2001 Nederland binnengereisd.
2.8 Ter zitting deelde de gemachtigde van verweerder mee dat voor eiseres een vliegreis naar Bulgarije op 9 juli 2001 is geboekt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verweerder niet onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er voldoende zicht op uitzetting op korte termijn bestaat.
2.9 Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond en bestaat geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen.
3. Beslissing
De rechtbank
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gegeven door mr. W.M. van Schuijlenburg en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs. H.A. Hulst als griffier op 4 juli 2001.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open (artikel 95, eerste lid, Vw2000). Daartoe dient uiterlijk een week na de uitspraak een beroepschrift te worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (postbus 16113, 2500 BC te 's-Gravenhage) onder vermelding van 'Hoger beroep vreemdelingenzaken'. Het beroepschrift dient ingevolge artikel 85, eerste lid, Vw2000 één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Tevens dient bij het indienen van het beroepschrift (een kopie van) deze uitspraak te worden meegezonden.