ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6126
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vrijheidsbeperking en bewaring van Oekraïense vreemdeling in Aanmeldcentrum Zevenaar
Een vreemdeling van Oekraïense nationaliteit heeft een asielaanvraag ingediend bij het Aanmeldcentrum (AC) te Zevenaar en is op dezelfde dag een aanwijzing gegeven op grond van artikel 55 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw2000) om zich beschikbaar te houden voor onderzoek. De rechtbank beoordeelt of deze aanwijzing en het verblijf in het AC een onrechtmatige vrijheidsontneming vormen. Tevens is de rechtmatigheid van de daaropvolgende vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, tweede lid, Vw2000 aan de orde.
De rechtbank stelt vast dat artikel 55 Vw2000 geen wettelijke basis biedt voor vrijheidsontneming, maar wel voor een vrijheidsbeperkende maatregel. Het verblijf in het AC is noodzakelijk voor het onderzoek naar de asielaanvraag, waarbij de vreemdeling zich slechts binnen een bepaalde ruimte hoeft te houden indien dat onderzoek dat vereist. De vreemdeling kon zich tijdens de procedure buiten de aangewezen ruimte begeven wanneer hij niet beschikbaar hoefde te zijn. Dit onderscheidt het verblijf in het AC van vrijheidsontnemingen zoals hechtenis.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en overweegt dat het verblijf in het AC te Zevenaar niet gelijk is aan vrijheidsontneming zoals in het Schiphol-Oost-arrest, omdat de vreemdeling het AC mocht verlaten door intrekking van zijn aanvraag. De daarop volgende vreemdelingenbewaring is gebaseerd op artikel 59, tweede lid, Vw2000, dat naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid is toegepast, mede omdat de vreemdeling in het bezit was van een geldig paspoort en een vlucht was geboekt.
De belangenafweging door de overheid is volgens de rechtbank voldoende onderbouwd, ook met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, zoals zijn transseksualiteit. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring rechtmatig is. Het beroep tegen de aanwijzing en de bewaring wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de vrijheidsbeperking en vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.