ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6143
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit Sri Lankaanse asielzoeker wegens manifest bedrog
Verzoeker, een Sri Lankaanse asielzoeker, diende in 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling, welke in 2000 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en een verzoek tot schorsing van uitzetting ingediend. De president van de rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van het oude recht, aangezien het primaire besluit vóór 1 april 2001 was genomen.
Verweerder stelde dat verzoeker niet voor toelating in aanmerking kwam vanwege manifest bedrog, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen en het dactyloscopisch onderzoek. De president volgde dit standpunt niet volledig, omdat het AMV-beleid (alleenstaande minderjarige vreemdeling) in de vreemdelingencirculaire en wetgeving geen contra-indicatie voor manifest bedrog bevat. Bovendien was niet onduidelijk uit welk land verzoeker afkomstig was.
De president oordeelde dat de beslissing in primo onvoldoende rekening hield met het AMV-beleid en dat nader onderzoek nodig was naar de opvangmogelijkheden bij de oom van verzoeker. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de uitzetting toegewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.