ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6146
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregel van bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 6 juli 2001 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij betwistte de rechtmatigheid van zijn strafrechtelijke aanhouding en de daaropvolgende bewaring, stellende dat onvoldoende stukken aanwezig waren om de rechtmatigheid te beoordelen en dat hij vanaf het begin bijstand van een advocaat wenste.
De rechtbank voerde een marginale toetsing uit van het strafrechtelijk voortraject en concludeerde dat op basis van een melding van een gestolen creditcard en een signalement voldoende aanleiding bestond voor de aanhouding. Het ontbreken van bewijs over een piketmelding leidde niet tot onrechtmatigheid van de bewaring. Ook het proces-verbaal waarin eiser verklaarde geen bezwaar te hebben tegen een gehoor zonder advocaat werd als betrouwbaar beoordeeld.
De rechtbank vond dat er voldoende gronden waren voor bewaring, waaronder het ontbreken van rechtmatig verblijf, het niet aanmelden bij de korpschef, en het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. Daarnaast werd eiser verdacht van een strafbaar feit dat een inbreuk op de openbare orde vormde. Ondanks dat op de maatregel van bewaring niet duidelijk was onder welke categorie eiser viel, was dit niet onrechtmatig omdat eiser ter zitting verklaarde dat hem duidelijk was dat de bewaring verband hield met zijn illegale verblijf.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangenafweging rechtvaardiging bood voor de bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft van kracht.