ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6150
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing vluchtelingenstatus vanwege vermeende corruptiebestrijding in Iran
Eiser, voormalig adjunct-directeur bij het Iraanse Ministerie van Justitie, stelde dat hij vanwege het aan de kaak stellen van corruptie in Iran vreest voor vervolging. Na melding van fraude en een omkopingspoging werd zijn vriend gearresteerd, en later ook zijn broer en huis werd doorzocht. Eiser vertrok daarop naar Nederland en vroeg asiel aan.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst wees de aanvraag af, stellende dat eiser geen politieke of godsdienstige activiteiten had verricht en bescherming had kunnen zoeken bij de Iraanse autoriteiten, die een strikt anti-corruptiebeleid voeren. Verweerder ondersteunde dit met een ambtsbericht en krantenartikelen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat er daadwerkelijk een effectief anti-corruptiebeleid is dat bescherming biedt, en dat de bedreigingen van eiser niet gelijkgesteld kunnen worden met vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen de zaak opnieuw te behandelen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de vluchtelingenstatus en draagt verweerder op de zaak opnieuw te behandelen.