ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6151
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Poolse vreemdeling die op 7 juni 2001 in bewaring werd gesteld wegens illegaal verblijf in Nederland. De vreemdeling gebruikte een Pools rijbewijs en verklaarde al twee jaar in Nederland te verblijven zonder verblijfsdocument. De rechtbank stelde vast dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de verbalisant bevoegd was tot staandehouding en ophouding voor verhoor.
De rechtbank onderzocht of de vreemdeling rechtmatig verblijf had op grond van de vrije termijn van drie maanden voor Polen, maar kon dit niet vaststellen omdat het verblijf langer dan drie maanden binnen zes maanden mogelijk was. Daarnaast had de vreemdeling zich niet gemeld bij de korpschef zoals vereist, wat het vermoeden versterkte dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig was en dat er geen reden was om een lichter middel toe te passen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.